Direct naar de inhoud
Loopbaanhypnose

← Terug naar de kennisbank

Werkt het echt

Ben ik wel te hypnotiseren?

Misschien denk je: bij mij gaat hypnose vast niet werken. Ik denk te veel na. Ik houd graag de controle. Of ik ben gewoon niet zo zweverig.

Dat is precies wat ik zelf dacht.

Mijn ervaring is inmiddels dat je tijdens hypnose het denken meer kunt loslaten en meer kunt voelen. Je houdt daarbij zelf de controle. En zweverig hoeft het bij mij niet te worden. Wil jij daar juist wel ruimte voor? Dan mag dat er ook zijn.

Iedereen reageert anders op hypnose.

Hypnotiseerbaarheid verschilt per persoon

Onderzoekers meten hypnotiseerbaarheid met speciale tests.* Daaruit blijkt dat mensen verschillend reageren op hypnotische suggesties3.

Een kleine groep reageert heel sterk. Een kleine groep juist weinig. De meeste mensen zitten ergens daartussenin.

Onderzoek laat ook zien dat hypnotiseerbaarheid redelijk stabiel is. In een onderzoek1 werden mensen na 10, 15 en zelfs 25 jaar opnieuw getest. Hun scores bleven behoorlijk vergelijkbaar.

Dat betekent niet dat je er niet beter in kunt worden. Hypnose is ook iets wat je oefent. Ik zag dat zelf tijdens mijn opleiding: hoe vaker mensen met hypnose werkten, hoe makkelijker het vaak ging.

Zie het een beetje als een vaardigheid. De één heeft er van nature meer aanleg voor dan de ander. En oefening kan helpen om er beter in te worden.

En als ik te veel nadenk?

Dan neem je dat denkende hoofd gewoon mee.

Tijdens hypnose werken we met je onbewuste. Dat klinkt misschien wat vaag, maar onbewuste informatieverwerking is heel gewoon.

Psycholoog Ap Dijksterhuis beschrijft in ' Het slimme onbewuste'2 schattingen van ongeveer 60 bits informatie per seconde voor bewuste verwerking tegenover ongeveer 11,2 miljoen bits per seconde voor onbewuste verwerking.

Dat betekent niet dat 99,999 procent van je brein onbewust is. Het laat vooral zien hoeveel informatie je verwerkt zonder dat je daar bewust bij stilstaat.

Je blijft tijdens hypnose jezelf. Je hoeft je verstand niet uit te zetten. Wat ik je wel vraag, is om te vertrouwen op wat er gebeurt zonder ieder gevoel, beeld of signaal meteen bewust te analyseren.

Je blijft horen wat ik zeg en je houdt zelf de controle. Vooraf leg ik uit wat we gaan doen en tijdens de hypnose begeleid ik je door het proces.

En als ik weinig op hypnose reageer?

Dat kan.

Een deel van de mensen reageert minder sterk op hypnotische suggesties. Ik ga je daarom niet beloven dat jij gemakkelijk of diep in hypnose gaat.

We merken tijdens het werken hoe jij reageert. Daar pas ik de sessie op aan.

Uiteindelijk gaat het erom dat we werken aan de vraag waarmee je binnenkomt.

Hoe meet je hypnotiseerbaarheid?

Onderzoekers gebruiken hiervoor gestandaardiseerde schalen, zoals de Stanford Hypnotic Susceptibility Scales.

Een onderzoeker begeleidt iemand eerst in hypnose en geeft daarna verschillende suggesties. Bijvoorbeeld dat een arm zwaar wordt, dat de handen naar elkaar toe bewegen of dat iemand iets op een bepaalde manier ervaart.

Vervolgens kijkt de onderzoeker op hoeveel van deze suggesties iemand reageert. Daaruit volgt een score voor hypnotiseerbaarheid.

Het is dus geen vragenlijst waarop je invult hoe hypnotiseerbaar je jezelf vindt. De onderzoekers kijken wat er daadwerkelijk gebeurt wanneer je hypnotische suggesties krijgt.

Bronnen

1. Piccione, Hilgard & Zimbardo (1989), On the degree of stability of measured hypnotizability over a 25-year period, Journal of Personality and Social Psychology

2. Dijksterhuis, A. (2024), Het slimme onbewuste: denken met gevoel, herziene editie, Prometheus

3. Weitzenhoffer & Hilgard, Stanford Hypnotic Susceptibility Scales

Twijfel je nog of hypnose bij jou werkt? Dat hoef je vooraf niet op te lossen. Stel je vraag of ervaar tijdens een sessie hoe jij op hypnose reageert.